Niet Alleen – VIII

Stil

De lente breekt niets te vroeg aan. Overvloedig zonlicht gutst blauwzwarte, scherpe schaduwen door de ruigtes van het Drents-Friese Wold. De hond, Baruj, fladdert achter baltsende citroenvlinders aan en is door het dichte groen van de jonge fijnsparren al gauw niet meer te zien. Het droge bospad knispert onder mijn schoenen. Ik koester elk smalste straaltje zonlicht dat mijn huid bereikt. Bij een holle stobbe aangekomen trekt Baruj een sprintje. Hij heeft dorst. Normaal gesproken staat er water in de stobbe, maar nu even niet. Teleurgesteld krabt Baruj in de holle ruimte en piept van ongenoegen. Ik roep hem bij me en raap een tak op om te spelen.

Het eenvoudige plezier van boslucht, zonlicht en een speelse en energieke jonge hond, tilt mijn humeur naar een hoger plan. Een milde oostenwind tocht geruisloos tussen de boomstammen door en raakt me voorzichtig. Ik ontspan en drijf mee met de wolk die boven de kale duinen opstaat.

Vanmorgen verscheen ik op televisie. Ruim twee weken geleden was ik in de buurt van Hilversum voor de opnames van een aflevering van De Verwondering met Annemiek Schrijver. Die woensdag vond ik dat heel spannend. Toen de uitzending eenmaal naderde, dacht ik “Mens, mens, wat heb je gedaan!” Pas de tweede maal dat ik keek naar de uitzending, kwam die bij me binnen. Het team van De Verwondering heeft er een heel mooi verhaal van gemaakt. Ze konden maar ongeveer de helft van het opgenomen materiaal gebruiken, maar daar merk je niets van. In het verhaal zit een mooie continuïteit en opbouw. Dat hebben ze goed gedaan.

Van mijn voornemen om van Facebook weg te blijven, komt vandaag weinig terecht. Via de telefoon, facebook dus, WhatsApp en email komen er vele reacties. Allemaal lief en warm. Vanmorgen in de kerk kreeg ik ook fijne reacties. Mensen waren van te voren uiteraard nieuwsgierig. Mensen leven met me mee, ook dat. En de uitzending zelf raakte ze. Hartverwarmend. Daar word ik stil van.

Ik heb mijn telefoon op vliegtuigstand staan hier in dit verkwikkende bos. Al wandelend rust ik nu en ik merk dat mijn geest God zoekt. Mijn stappen worden trager, mijn ademhaling dieper, mijn gedachten niet langer van belang. Ik bevind me ergens op de grens van meditatie en gebed, in beweging en in rust tegelijk. Een overweldigend gevoel van geruststelling stroomt over mij uit. Warm als die zonnestralen op mijn gezicht. Vertrouwd als mijn eigen hartslag. Ik glimlach. Breeduit. De tanden bloot. En sta even stil.

Credits: eerder gepubliceerd op 4 april 2019 op de site van Nijkleaster

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.